AREI-gids
Het eendraadschema volgens het AREI
Voor elke nieuwe huishoudelijke installatie, of een installatie die belangrijk gewijzigd of uitgebreid wordt, maakt de verantwoordelijke voor de werken het eendraadschema. Dit moet erop staan.
Wanneer is een eendraadschema nodig?
Het AREI (onderafdeling 3.1.2.1) vraagt eendraadschema’s en situatieschema’s voor elke nieuwe huishoudelijke elektrische installatie, en voor elke belangrijke wijziging of uitbreiding van een bestaande installatie. De verantwoordelijke voor de uitvoering van de werken stelt ze op.
Voor een wijziging of uitbreiding die niet belangrijk is, is een nieuw eendraadschema niet verplicht: een beknopte beschrijving, gedateerd en ondertekend door de verantwoordelijken van het werk, volstaat. Het situatieschema moet wel altijd de bestaande toestand tonen.
Wat op het eendraadschema staat
Volgens onderafdeling 3.1.2.2 vermeldt het eendraadschema van een huishoudelijke installatie minstens:
- de kenmerken van de leidingen: type, doorsnede en aantal geleiders;
- de plaatsingswijze van de leidingen;
- het type en de kenmerken van de differentieelschakelaars;
- het type en de kenmerken van de beveiligingen tegen overstroom;
- de schakelaars, de verbindingsdozen en de aftakdozen;
- de contactdozen en de lichtpunten;
- de vaste machines en toestellen;
- de bronnen: transformator, zonnepanelen, omvormer, batterij…
Het vermeldt ook de spanning en de stroomsoort, de naam, hoedanigheid en het btw-nummer van de verantwoordelijke voor de werken, het adres van de installatie, en het nummer, de versie en de datum van het document.
De aanduiding: een letter per kring, een nummer per punt
Elke kring krijgt een hoofdletter. Elk lichtpunt, elke contactdoos en elke bedieningseenheid krijgt een nummer, in de volgorde waarin je ze tegenkomt vanaf de beveiliging van de kring: A1, A2, A3…
Dezelfde aanduidingen staan op het situatieschema: zo kan het erkend organisme nagaan of de installatie volgens de schema’s is uitgevoerd.
De symbolen
De te gebruiken symbolen zijn die van tabel 2.23 van het AREI. Staat een element er niet in, dan mag elk ander duidelijk herkenbaar symbool, op voorwaarde dat het in de legende staat.
Een meerdraadschema mag ook als het nodig is, met dezelfde informatie en genormaliseerde symbolen.
Oude gedeelten
Elk deel van de installatie waarvan de uitvoering vóór 1 oktober 1981 begon en dat op het eendraadschema staat, krijgt de vermelding ‘oud gedeelte’.
Bij de keuring
Is de installatie conform, dan ondertekenen en dateren de verantwoordelijke voor de werken en het erkend organisme de eendraadschema’s en situatieschema’s. Ze worden met het keuringsverslag aan de eigenaar bezorgd, voor het dossier van de installatie.
Met Vonkcad
Het eendraadschema tekent zichzelf, vanuit de verdeelkast
- Letters van de kringen en nummers van de punten automatisch toegekend
- Doorsneden, plaatsingswijzen, differentieelschakelaars en automaten altijd bijgewerkt
- Titelhoek op uw naam, met uw btw-nummer en het adres van de werf
- Legende van de symbolen, afdruk op A4 of A3
Lees ook
Het situatieschema
De elementen die erop moeten, de aanduiding met letter en nummer, het bijwerken.
De keuring
De documenten die u voorbereidt, wat het erkend organisme controleert, het verslag.
Deze gids vat het AREI Boek 1, versie 2026, samen. Alleen de officiële tekst van de FOD Economie is rechtsgeldig.
Uw volgende dossier, met Vonkcad
Eendraadschema, situatieschema’s, AREI-controle en PDF-dossier: alles hangt samen in één project. Gratis tijdens de bèta.